De Karolingische en Byzantijnse Kerk. De 8e–9e eeuw;
Dit boek verkent de achtste en negende eeuw als een beslissend keerpunt in de geschiedenis van de christelijke Kerk—een tijdperk dat niet alleen werd gekenmerkt door conflicten en veranderingen, maar ook door een opmerkelijke theologische diepgang, missionaire dynamiek en een voortdurend streven naar eenheid. Het voert de lezer van het Byzantijnse Oosten naar het Karolingische Westen en naar de zich uitbreidende grenzen van de christelijke missie, en brengt zo de personen, debatten en historische krachten in beeld die het vroegmiddeleeuwse christendom hebben gevormd.
Centraal in dit verhaal staan de grote theologische conflicten van deze periode, waaronder de beeldenstrijd (iconoclastische controverse) en de beslechting ervan tijdens het Tweede Concilie van Nicea, waar de Kerk een geloofsvisie bevestigde die zowel de zichtbare als de onzichtbare dimensies van de goddelijke aanwezigheid omvatte. Daarnaast laten de intellectuele en spirituele bijdragen van denkers als Johannes van Damascus, Alcuinus van York, Photius I van Constantinopel en Johannes Scotus Eriugena zien hoe intensief de Kerk zich bezighield met het verwoorden en verdiepen van haar leer, terwijl zij tegelijkertijd antwoord zocht op nieuwe culturele en politieke omstandigheden.
Het boek plaatst deze theologische ontwikkelingen binnen hun bredere historische context: de veranderende verhouding tussen Kerk en staat, de toenemende afstand tussen het oosterse en westerse christendom en de ontmoeting met de islamitische wereld onder het Omajjadenkalifaat en het Abbasidenkalifaat. Ook volgt het de ingrijpende invloed van missionaire bewegingen, van het werk van Bonifatius in West-Europa tot de culturele en taalkundige vernieuwingen die Cyrillus en Methodius onder de Slavische volkeren tot stand brachten.
Door het hele boek heen loopt één verbindend thema: het streven naar vrede—niet slechts opgevat als de afwezigheid van conflict, maar als een theologische en spirituele werkelijkheid die wordt verstaan als een gave van de Heilige Geest. In liturgie, geloofsleer en dagelijks leven zocht de Kerk naar manieren om een vrede gestalte te geven die verscheidenheid bijeen kon houden, verdeeldheid kon overwinnen en het geloof in een veranderende wereld kon dragen.
Door theologisch inzicht en historische analyse samen te brengen, biedt dit boek een rijk en samenhangend beeld van een vormende periode in de geschiedenis van het christendom. Het nodigt de lezer uit om de vroegmiddeleeuwse Kerk opnieuw te bezien: niet als een statische of in verval geraakte instelling, maar als een dynamische gemeenschap die voortdurend haar identiteit, gezag en geloof vormgaf—geleid, uitgedaagd en telkens opnieuw vernieuwd door de blijvende aanwezigheid van de Geest.
