top of page

Mag een vrouw de rol van oudste vervullen in de kerk?

Vrouwendienst vanuit bijbels perspectief; Mag een vrouw oudste van een gemeente zijn of niet?

 

1.       Iedereen wordt vervuld met dezelfde Heilige Geest om God te dienen

 

God roept zowel vrouwen als mannen om Hem en Christus te dienen door de kracht van de Heilige Geest en om getuigen van Jezus te zijn. God vervult zowel mannen als vrouwen met de Heilige Geest en geeft een veelheid aan gaven om Hem te dienen en de gemeente op te bouwen. Iedereen behoort zijn of haar gaven te erkennen en daarmee de gemeente te dienen.

Mannen en vrouwen zijn geroepen om het Woord van God te begrijpen, het toe te passen in hun leven en anderen te leren hetzelfde te doen (Jesaja 61:1-11; Lukas 4:18-19; Handelingen 1:5-8; 2:1-4; 4:31).

De gemeente vormt het algemeen priesterschap van alle gelovigen (Jesaja 61:6; 1 Petrus 2:9).

Mannen en vrouwen die in de Messias geloven, zijn dienaren en dienaressen van God (Jesaja 61:6). Wat doen zij?

Mannen en vrouwen zijn priesters (Jesaja 61:6; 1 Petrus 2:9; Openbaring 1:6; 5:10).

Jesaja 61 en Openbaring 1:6 verbinden dit rechtstreeks met het werk van de Heilige Geest in en door de gelovigen heen.

 

2.       De Heilige Geest geeft gaven en bedieningen aan mannen én vrouwen

 

In 1 Korintiërs 12:4-11 leert Paulus dat er verschillende gaven, bedieningen en werkingen zijn, maar dat ze allemaal afkomstig zijn van dezelfde Geest, dezelfde Heer en dezelfde God. Aan elke gelovige wordt een openbaring van de Geest gegeven tot opbouw van het geheel. Paulus maakt geen onderscheid tussen mannen en vrouwen wanneer hij spreekt over deze gaven. De Heilige Geest deelt zijn gaven uit aan ieder afzonderlijk zoals Hij wil.

Onder deze gaven bevinden zich onder andere een woord van wijsheid, een woord van kennis, geloof, gaven van genezingen, krachten, profetie, het onderscheiden van geesten, verschillende talen en de uitleg van talen. In hetzelfde hoofdstuk noemt Paulus ook bedieningen zoals apostelen, profeten en leraars (1 Kor. 12:28). Het Nieuwe Testament maakt geen scheiding tussen geestelijke gaven en bedieningen. Wie door de Geest een gave ontvangt, mag die gebruiken in dienst van de gemeente.

Deze waarheid sluit aan bij Jesaja 61. Jezus paste deze profetie op zichzelf toe aan het begin van zijn bediening. Hij werd gezalfd met de Heilige Geest om Gods Koninkrijk zichtbaar te maken. Na zijn hemelvaart zet Hij deze bediening voort door de Heilige Geest, werkzaam in zijn lichaam, de gemeente. Alle gelovigen zijn daarom geroepen om medewerkers van de Heilige Geest te zijn.

Volgens Jesaja 61 worden Gods dienaren gezalfd door de Geest en brengen zij een blijde boodschap aan de zachtmoedigen en nederigen. In vers 6 worden zij zelfs "priesters van de HEERE" genoemd. Deze roeping wordt niet beperkt tot mannen. Doorheen de Schrift zien we dat God zowel mannen als vrouwen gebruikt in geestelijke bediening.

Het Oude Testament vermeldt profetessen zoals Mirjam (Ex. 15:20), Debora (Richt. 4:4), Hulda (2 Kon. 22:14) en de profetes uit Jesaja 8:3. Ook Joël profeteert dat zonen én dochters zullen profeteren (Joël 2:28). Daarnaast vinden we aanwijzingen dat vrouwen betrokken waren bij heilige dienst rondom het heiligdom (Ex. 38:8; 1 Sam. 2:22).

Door het werk van Christus is het eeuwige priesterschap vervuld. Daarom spreekt het Nieuwe Testament over alle gelovigen als een koninklijk priesterschap. Mannen en vrouwen delen samen in deze roeping. Wanneer de Heilige Geest gaven schenkt, doet Hij dat zonder onderscheid. Daarom mogen vrouwen, net als mannen, alle gaven van de Geest uitoefenen en elke bediening vervullen waarvoor God hen roept.

 

3.       Iedereen is gelijk in Christus

 

In Christus is er voor ons behoud en onze bediening in wezen geen verschil tussen man en vrouw. Galaten 3:28 leert niet alleen dat mensen uit alle volken, sociale klassen en beide geslachten door genade gered kunnen worden, maar spreekt ook over eenheid binnen de gemeente. Niemand mag zichzelf belangrijker achten dan een ander. Integendeel, we zijn geroepen om samen God te dienen.

In de gemeente van Christus is er geen plaats voor racisme, seksisme of klassenstrijd. Iedereen die met Jezus wandelt, is geroepen om Hem te dienen. Mensen die hun roeping van God willen volgen in de kracht van de Heilige Geest, moeten daarin ondersteund worden, ongeacht hun afkomst, sociale positie of geslacht.

Het probleem dat Paulus in Galaten 3:28 behandelt, is niet de vraag of vrouwen of slaven gered kunnen worden. Het probleem is dat sommige gelovigen hun eigen groep belangrijker vonden dan andere groepen binnen de gemeente. Paulus roept daarom op tot eenheid, verzoening en gemeenschapsvorming.

Dat probleem herkennen we vandaag nog steeds. Mensen denken soms: "Ik kom uit een bepaalde cultuur, heb een hogere opleiding of een betere maatschappelijke positie, dus ik begrijp God beter dan jij." Of: "Ik heb een leidinggevende functie op mijn werk, dus heb ik ook automatisch gezag over anderen in de gemeente." Sommigen menen zelfs: "Ik ben een man, dus heb ik gezag over vrouwen."

Galaten 3:28 laat echter zien dat de Geest van God anders werkt dan de geest van deze wereld. In de gemeente van Jezus Christus behoort de Heilige Geest te regeren. Wij zijn geroepen om met Hem samen te werken en Hem niet tegen te staan.

Een deel van Gods werk gebeurt door geestelijk leiderschap. Het Nieuwe Testament leert ons om gezag te respecteren wanneer God dat gezag geeft. Dat leiderschap kan zowel door mannen als door vrouwen uitgeoefend worden.

 

4.       Teksten die gebruikt worden tegen de bediening van vrouwen

 

Sommige teksten worden gebruikt om te verdedigen dat vrouwen geen oudsten of leiders in een gemeente mogen zijn. Meestal verwijst men naar Efeziërs 4:11, 1 Timotheüs 3, vooral 1 Timotheüs 2:11-15 en soms ook 1 Korintiërs 14:34-35.

 

1 Korintiërs 14:34-35

 

Wanneer we deze verzen in hun context lezen, zien we dat Paulus het niet heeft over een verbod voor vrouwen om te leren of onderwijs te ontvangen. In deze passage wordt geen enkel werkwoord gebruikt dat betrekking heeft op leren of onderwijzen.

Heel hoofdstuk 14 gaat over orde tijdens de samenkomsten. Paulus bespreekt verschillende situaties die de eredienst kunnen verstoren. Zo moeten profeten om beurten spreken, zodat iedereen kan luisteren en opgebouwd wordt. Wanneer meerdere mensen tegelijk spreken, kan niemand de boodschap goed verstaan.

In vers 34 en 35 lijkt Paulus vrouwen aan te spreken die tijdens een profetie of onderwijs hun man vragen stellen of opmerkingen maken, waardoor de spreker onderbroken wordt. Paulus zegt dat daarvoor een ander moment geschikter is. Het gaat dus om orde en respect tijdens de samenkomst.

Dat principe geldt vandaag nog steeds. Net zoals in een klaslokaal moeten mensen naar elkaar luisteren om elkaar te begrijpen. Wanneer verschillende mensen door elkaar praten, gaat de boodschap verloren.

Paulus gebruikt vrouwen als voorbeeld omdat in de Grieks-Romeinse wereld vrouwen vaak veel minder onderwijs hadden genoten dan mannen. Vrouwen trouwden vaak op jonge leeftijd, terwijl mannen veel ouder waren. Bovendien hadden vrouwen in veel culturen rond de Middellandse Zee een lagere maatschappelijke positie. Dat verklaart waarom Paulus juist deze situatie bespreekt.

 

1 Timotheüs 2:12 in zijn context

 

1 Timotheüs 2:12 wordt vaak gelezen alsof Paulus alle vrouwen verbiedt om onderwijs te geven. Maar wanneer we verder lezen in 1 Timotheüs 5:11-15, zien we een meer specifieke situatie.

In Efeze was er een groep jonge weduwen die ondersteuning ontvingen van de gemeente. In plaats van zich toe te leggen op gezonde leer en dienstbaarheid, gingen sommigen van huis tot huis en verspreidden zij roddels, speculaties en verkeerde leer. Paulus beschrijft hen als mensen die zonder discipline leefden en de gemeente schade toebrachten.

Zijn oplossing is niet om alle vrouwen het zwijgen op te leggen, maar om deze specifieke groep vrouwen aan te sporen verantwoordelijkheid op te nemen in hun leven. Het probleem is dus niet dat zij vrouwen zijn, maar dat zij verkeerde leer verspreiden en de gemeente ontwrichten.

 

Efeziërs 4:11

 

Sommigen stellen dat de bedieningen van apostel, profeet, evangelist, herder en leraar uitsluitend voor mannen bestemd zijn, omdat de Griekse woorden in de mannelijke vorm staan.

Dat argument houdt echter geen stand. In het Grieks wordt de mannelijke vorm vaak gebruikt als algemene vorm voor gemengde groepen of wanneer het geslacht niet specifiek bedoeld wordt. Dat is vergelijkbaar met vele andere talen waarin de mannelijke vorm als standaardvorm wordt gebruikt.

Efeziërs 4:11 zegt daarom nergens expliciet dat deze bedieningen uitsluitend voor mannen bestemd zijn. Wanneer we de Bijbel verder onderzoeken, vinden we verschillende voorbeelden van vrouwen die door God gebruikt werden in belangrijke geestelijke functies en bedieningen.

Die voorbeelden zullen we vervolgens bekijken.

 

5.      Voorbeelden van vrouwen in leiderschap en onderwijs

 

Het Nieuwe Testament geeft verschillende voorbeelden van vrouwen die een belangrijke rol speelden in leiderschap, onderwijs en bediening binnen de gemeente.

Zo lezen we in Handelingen 17:34 over Damaris, een vrouw uit Athene die tot geloof kwam. Lukas vermeldt haar expliciet, wat opmerkelijk is in een cultuur waarin vrouwen zelden een publieke rol kregen. Ook Lydia is een belangrijk voorbeeld. Zij was een welgestelde zakenvrouw die na haar bekering haar huis openstelde voor de gemeente in Filippi (Hand. 16). Haar huis werd het centrum van de eerste christelijke gemeenschap in die stad. Ook nadat mannen tot geloof kwamen, bleef haar huis een belangrijke ontmoetingsplaats voor de gemeente.

Verder lezen we over de vier dochters van Filippus, die profetessen waren (Hand. 21:9). In 1 Korintiërs 11:5 gaat Paulus ervan uit dat vrouwen bidden en profeteren in de gemeente. Ook de Samaritaanse vrouw in Johannes 4 speelde een belangrijke rol in de verspreiding van het evangelie onder haar volk. Door haar getuigenis kwamen velen tot geloof. Anna wordt in Lukas 2:36-38 expliciet een profetes genoemd en verkondigde de komst van de Messias aan allen die daarnaar uitkeken.

Een bijzonder voorbeeld is Priscilla. Samen met haar man Aquila onderwees zij Apollos (Hand. 18:26). Lukas schrijft dat zij hem de weg van God nauwkeuriger uitlegden. Opmerkelijk is dat Priscilla regelmatig vóór Aquila genoemd wordt. In de cultuur van die tijd was dat ongewoon. Het wijst erop dat zij een actieve en zichtbare rol speelde in het onderwijs aan Apollos.

Ook Chloe verdient vermelding. In 1 Korintiërs 1:11 verwijst Paulus naar mensen uit haar huis die hem op de hoogte brachten van de problemen in Korinthe. Dit suggereert dat Chloe een gerespecteerde leidende figuur was binnen één of meerdere huisgemeenten.

Een ander belangrijk voorbeeld is Phoebe in Romeinen 16:1-2. Paulus noemt haar een diaken van de gemeente in Kenchreeën en beveelt haar persoonlijk aan bij de gelovigen in Rome. Waarschijnlijk was zij degene die de Romeinenbrief naar Rome bracht en voorlas in de verschillende huisgemeenten. Paulus vraagt de gelovigen haar te ontvangen en te ondersteunen in haar bediening.

Het Griekse woord diakonos dat voor Phoebe gebruikt wordt, wordt elders ook gebruikt voor apostelen, evangelisten, medewerkers van Paulus en zelfs voor Christus zelf. Het duidt dus op een erkende bediening met verantwoordelijkheid binnen de gemeente.

Daarnaast noemt Paulus Junia in Romeinen 16:7. Zij wordt samen met Andronikus vermeld als iemand die hoog aangeschreven stond onder de apostelen. Vele uitleggers erkennen daarom Junia als een vrouwelijke apostel in de vroege kerk.

Ook in de tweede brief van Johannes vinden we mogelijk een verwijzing naar een vrouwelijke leider. De brief is gericht aan "de uitverkoren vrouwe" (Kyria), wat zowel een eigennaam als een titel kan zijn voor een verantwoordelijke van een huisgemeente.

Verder is het opvallend dat Titus 1 spreekt over oudsten in algemene zin, terwijl Titus 2 oudere vrouwen eveneens een belangrijke onderwijsrol geeft binnen de gemeente. De nadruk ligt niet op geslacht, maar op geestelijke volwassenheid, karakter en verantwoordelijkheid.

 

Conclusie

 

Het Nieuwe Testament geeft een samenhangend beeld waarin mannen en vrouwen door dezelfde Heilige Geest worden toegerust om God te dienen. De Geest schenkt verschillende gaven en bedieningen om de gemeente op te bouwen, het evangelie te verkondigen en Gods Koninkrijk zichtbaar te maken.

Onderwijs, leiderschap en bediening worden in het Nieuwe Testament niet beperkt tot één geslacht. God gebruikt mensen uit verschillende culturen, sociale achtergronden, leeftijden en opleidingsniveaus. Wat telt, is niet iemands afkomst of geslacht, maar Gods roeping en de werking van de Heilige Geest.

Daarom behoort de gemeente mensen die door God geroepen zijn te ondersteunen en aan te moedigen om hun gaven te gebruiken, steeds in nederigheid, liefde, orde en onderlinge samenwerking.

Wanneer God mannen én vrouwen roept om te dienen, is het onze taak om met de Heilige Geest mee te werken en niet tegen te houden wat Hij wil doen.

 

 

 

 

 

 
 
 

Comments


Subscribe Form

  • Twitter
  • Instagram
  • facebook
Donate with PayPal

Payment info:

Ralf Lubs

IBAN: BE54377111682197

BIC: BBRUBEBB

©2022 by PeaceLiterature

bottom of page